Skip to main content

Hoe de plant cannabinoiden maakt: biosynthese en chemotypen

Hoe de cannabisplant cannabinoiden maakt: van olivetolzuur en GPP naar CBGA en via aparte synthasen naar THCA, CBDA en CBCA, plus chemotypen I-V en B-locus.

Door Redactie THC-olie Wiki· Medisch getoetst door Medisch reviewer (te benoemen)· Laatst herzien 26 juni 2026· 3 min lezen
AHoog bewijsWe zijn zeer zeker over dit effect; verder onderzoek verandert de conclusie waarschijnlijk niet.

Kernclaims & bewijs

  • CBGA (cannabigerolzuur) is de centrale voorloper waaruit aparte enzymen THCA-synthase, CBDA-synthase en CBCA-synthase respectievelijk THCA, CBDA en CBCA vormen.

    AHoog bewijs
  • De plant maakt cannabinoiden als zuren (THCA, CBDA); deze worden pas door warmte, licht of veroudering gedecarboxyleerd tot de neurofarmacologisch actieve neutrale vormen THC en CBD.

    AHoog bewijs
  • Het chemotype (THC-dominant I, gemengd II, CBD-dominant III) wordt bepaald door de B-locus met codominante varianten voor THCA-synthase en CBDA-synthase; moderne data tonen dat het twee dicht gekoppelde genen op chromosoom 7 zijn.

    BMatig bewijs

Cannabinoiden zijn geen toevallige stoffen: de cannabisplant bouwt ze via een nauwkeurig geregelde enzymroute, vrijwel uitsluitend in de glandulaire trichomen (harsklieren) op bloemen en schutblaadjes. Begrip van die route verklaart waarom de ene plant THC-rijk is en de andere CBD-rijk, en waarom verse plant nog nauwelijks actief THC bevat.

Twee bouwstenen komen samen

De route vertrekt vanuit twee aparte takken die in CBGA samenkomen.

De polyketide-tak levert het aromatische deel. Hexanoyl-CoA wordt met drie eenheden malonyl-CoA door olivetolsynthase (een type-III polyketidesynthase, ook tetraketidesynthase genoemd) en olivetolzuurcyclase omgezet tot olivetolzuur.

De terpeen-tak levert het lipofiele staartje. Isopentenylpyrofosfaat (IPP) en dimethylallylpyrofosfaat (DMAPP) vormen via de MEP-route geranylpyrofosfaat (GPP).

Een aromatische prenyltransferase (CBGA-synthase) koppelt GPP aan olivetolzuur. Het resultaat is cannabigerolzuur (CBGA) — de centrale voorloper van vrijwel alle bekende cannabinoiden.

CBGA als kruispunt: drie aparte synthasen

CBGA is geen eindproduct maar een knooppunt. Drie verschillende oxidocyclase-enzymen zetten CBGA elk om in een eigen cannabinoidzuur:

EnzymProductNeutrale vorm na decarboxylatie
THCA-synthaseTHCA (Δ9-tetrahydrocannabinolzuur)THC
CBDA-synthaseCBDA (cannabidiolzuur)CBD
CBCA-synthaseCBCA (cannabichromeenzuur)CBC

Cruciaal: dit zijn concurrerende enzymen die om hetzelfde substraat (CBGA) strijden. Welke enzymen een plant maakt — en hoe actief ze zijn — bepaalt het cannabinoidprofiel.

De plant maakt zuren, geen THC

In verse biomassa bestaat circa 95% van de cannabinoiden als zuur: THCA, CBDA, CBCA. Pas door warmte, licht of langdurige opslag valt de carboxylgroep eraf (decarboxylatie) en ontstaan de bekende neutrale vormen zoals THC en CBD. Daarom is rauwe cannabis nauwelijks psychoactief.

Chemotypen I tot en met V

Op basis van het cannabinoidprofiel deelt men cannabis in chemotypen in:

  • Type I — THC-dominant (hoge THCA, lage CBDA).
  • Type II — gemengd, ongeveer gebalanceerde THCA/CBDA-verhouding.
  • Type III — CBD-dominant (hoge CBDA, lage THCA).
  • Type IV — CBGA-rijk of propyl-dominant (bijv. CBGVA/CBDV), doordat de omzetting naar THCA/CBDA ontbreekt of verschoven is.
  • Type V — nagenoeg cannabinoidvrij.

Type IV en V zijn zeldzaam en vooral van belang voor veredeling en onderzoek.

De genetica: de B-locus

Het klassieke model verklaart de eerste drie chemotypen met één genlocus, de B-locus, met twee codominante varianten: B^T (codeert THCA-synthase) en B^D (codeert CBDA-synthase). Codominant betekent dat beide varianten zich tegelijk uiten:

  • B^T/B^T → type I (alleen THCA-route);
  • B^D/B^D → type III (alleen CBDA-route);
  • B^T/B^D → type II (beide enzymen, gemengd profiel).

Dit verklaart waarom een kruising tussen een type-I- en een type-III-plant type-II-nakomelingen geeft.

Modern genoomonderzoek nuanceert dit. THCA-synthase en CBDA-synthase blijken geen echte allelen van één gen, maar twee afzonderlijke, dicht gekoppelde genen in een gebied met sterk onderdrukte recombinatie op chromosoom 7. Functioneel gedragen ze zich nog steeds als codominante varianten, wat het oude model verklaart, maar de werkelijke architectuur is complexer — inclusief niet-functionele (gemuteerde) kopieën die mede bepalen of een plant überhaupt een werkend enzym bezit.

ℹ️ Waarom dit relevant is voor medicinale olie

Het chemotype, niet de verkoopnaam "indica" of "sativa", bepaalt de THC/CBD-verhouding van de grondstof. Medicinale cannabis in Nederland (zoals Bedrocan-varianten) is geselecteerd op stabiele, gestandaardiseerde chemotypeprofielen. Dat is iets heel anders dan ongereguleerde straat- of "RSO"-olie, waarvan samenstelling en zuiverheid onbekend zijn.

Juridische voetnoot

De plant zelf zegt niets over de wettelijke status van het eindproduct. Ruw plantmateriaal (wiet, hasjiesj) staat op Lijst II van de Opiumwet, terwijl geconcentreerde THC-/cannabisolie en geisoleerde of synthetische THC op Lijst I staan. Laaggedoseerde CBD-producten (THC < 0,05%) worden gedoogd. Het biosyntheseverhaal verklaart de chemie; de wet hangt af van vorm, concentratie en herkomst.

Veelgestelde vragen

Maakt de plant THC of THCA?

De plant maakt vrijwel uitsluitend het zuur THCA. Pas bij verhitting, licht of langdurige opslag valt de carboxylgroep eraf (decarboxylatie) en ontstaat het psychoactieve THC. Verse, ongedroogde cannabis bevat dus nauwelijks actief THC.

Waarom levert dezelfde plant soms THC en soms CBD?

Beide ontstaan uit dezelfde voorloper CBGA, maar via verschillende enzymen. Welk enzym een plant maakt, hangt af van de genetische variant op de B-locus. Een THC-plant heeft een functioneel THCA-synthase-gen, een CBD-plant een functioneel CBDA-synthase-gen.

Wat is een chemotype IV of V?

Chemotype IV produceert vooral CBGA of propyl-cannabinoiden (zoals CBDV) omdat de omzetting naar THCA/CBDA ontbreekt of verschoven is. Chemotype V is nagenoeg cannabinoidvrij. Beide zijn zeldzaam en vooral relevant voor veredeling en onderzoek.

Bronnen

  1. Tahir MN, Shahbazi Raz F, Rondeau-Gagné S, Trant JF (2021). The biosynthesis of the cannabinoids. Journal of Cannabis Research. doi:10.1186/s42238-021-00062-4 bron
  2. Kearsey LJ, et al. (2023). Biosynthesis of cannabigerol and cannabigerolic acid: the gateways to further cannabinoid production. Synthetic Biology (Oxford). doi:10.1093/synbio/ysac025 bron
  3. Wenger JP, et al. (2020). Validating a predictive model of cannabinoid inheritance with feral, clinical, and industrial Cannabis sativa. American Journal of Botany. doi:10.1002/ajb2.1550 bron
  4. de Meijer EPM, Bagatta M, Carboni A, et al. (2003). The inheritance of chemical phenotype in Cannabis sativa L.. Genetics. doi:10.1093/genetics/163.1.335 bron

Lees ook